|
De school is verdeeld in een aantal bouwen:
1) De
onderbouw voor kinderen tussen 4 en
9 jaar.
2) De bovenbouw voor kinderen tussen 8 en 13 jaar.
(De bovengenoemde leeftijdsindeling is slechts een indicatie, uitzonderingen
zijn mogelijk)
3)
De
MG groep.
|
De onderbouw bestaat uit vijf groepen (Vis, Clown, Koe,
Kikker en Nijntje) met twaalf leerlingen (bij voorkeur iets minder bij de jongsten), begeleid door een leerkracht en een
onderwijsassistent(e).
|
|
De
bovenbouw: |
De bovenbouw bestaat uit zeven groepen (Aap, Indiaan, Haan,
Leeuw, Vlinder, Pelikaan en
Vogel) met twaalf leerlingen begeleid door een leerkracht en, een aantal dagen van de week, een
onderwijsassistente.
|
|
De MG groep: |
|
De
MG-groep (groep Egel) heeft een
klassegrootte van maximaal 7 kinderen met een IQ onder de 35.
In deze groep is de hele week assistentie aanwezig.
De begeleiding wordt op de volgende gebieden aangeboden:
- sociaal-emotionele ontwikkeling voor kinderen die gedragsmatig veel extra aandacht vragen;
- op cognitief gebied (taakgerichtheid, concentratie, inzicht/werkhouding);
- zelfredzaamheid (zindelijkheidstraining, aan- en uitkleden, eten en drinken);
- specifieke problematiek door een autistische stoornis;
- taalontwikkeling (zich voldoende kunnen uiten, er is een nauwe samenhang met de
sociaal-emotionele ontwikkeling).
|
|
Het onderwijs
in alle groepen is individueel gericht, de basis is de handelingsgerichte
diagnostiek na de indicatiestelling en de daaruit voortvloeiende werkpunten
vastgelegd in een jaarlijks handelingsplan
De inhoud van het onderwijs wordt bepaald door de kerndoelen voor het ZML.
Voor elk kind geldt een ander ontwikkelingstraject, afhankelijk van de
mogelijkheden van het kind.
Twee keer per jaar wordt er getoetst en de
resultaten worden verwerkt in het leerlingvolgsysteem.
Iedere 4 jaar moet er een herindicatie komen in het kader van de wet op de
leerlinggebonden financiering om te bezien of de leerling nog voor het ZML
geïndiceerd is. Ouders moeten daarvoor een aanmeldingsformulier invullen en
ondertekenen.
Voor kinderen met het Downsyndroom is een
eenmalige verklaring van een arts voldoende voor indicatie.
|
|
Extra activiteiten in de school: |
|
- logopedie |
Met het doel de
spraaktaalontwikkeling te bevorderen;
|
|
-
zwemmen |
Eén keer per week in het
watergewenningsbad op school en voor de kinderen vanaf acht jaar 1 keer per week in het zwembad buiten school.
Voor kinderen met epilepsie moet een aparte regeling
getroffen worden in overleg met ouders en kinderarts;
|
|
- computeractiviteiten
|
Alle groepen beschikken
over twee computers, waarop de kinderen met aangepaste programma's kunnen werken;
|
|
-
koken |
In de
onderbouw wordt 1 keer per week gekookt door de kinderen, in de bovenbouw gebeurt dit in sommige groepen onder leiding van
een onderwijsassistente in het kooklokaal.
Er wordt rekening gehouden met de wensen van de ouders op eetgebied
i.v.m. religie;
|
|
- handenarbeid /
knutselactiviteiten
|
Veelal
gebeurt dit in de klas.
De hal en de gymnastiekzaal worden gebruikt voor voorstellingen;
|
|
- fysiotherapie
|
Kinderen van school kunnen onder
schooltijd in ons gebouw fysiotherapie krijgen.
|
|