| Toelating en zorg: | ||
| Toelating: | ||
|
Nieuwe leerlingen worden door de ouders aangemeld. Meestal gebeurt dat op advies van de bassisschool, een medisch kinderdagverblijf, het ABC, M.E.E. of een Kinderdagcentrum. Daarna is de procedure als volgt:
|
||
|
|
Een informatief gesprek met de ouders/verzorgers, gevolgd door een rondleiding en bezoek aan de groepen. De ouders krijgen de schoolgids en een brochure over de indicatiestelling.
|
|
|
|
Ouders gaan het traject van de indicatiestelling in. Zij zijn verantwoordelijk voor het volledig maken van de rapportage voor indicatiestelling. De school kan ze daarbij behulpzaam zijn. Voor de indicatiestelling zijn nodig: een recent psychologisch onderzoek, een onderwijskundig rapport, een medische verklaring voor kinderen met een down-syndroom. Bij een intelligentie tussen de 55 en 70 moet er sprake zijn van een extra stoornis, als het kinderen onder de 8 jaar betreft. Voor kinderen boven de 8 jaar is een onderwijskundig rapport nodig waarin aangetoond wordt dat er sprake is van een ernstige achterstand op leergebied.
|
|
|
|
Het volledige rapport wordt toegezonden aan de Commissie van Indicatie voor ons REC.
|
|
|
|
Zij geven een positief of negatief advies.
|
|
|
|
Bij een positief advies maken de ouders de keuze voor de ZML-school of de basisschool, in combinatie met ambulante begeleiding.
|
|
|
|
Bij keuze voor de ZML-school buigt de staf van de school zich over de rapportage waarna handelingsgerichte diagnostiek volgt. Plaatsbaarheid is dan mede afhankelijk van beschikbare plekken in de groepen en de hoeveelheid intensieve zorg die een kind behoeft en datgene dat de school kan bieden met de beschikbare middelen. Kinderen moeten kunnen functioneren binnen een groep van 12 kinderen of bij uitzondering in een groep van 7 in de MG-groep.
|
|
| Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen: | ||
|
Als de kinderen eenmaal op school zitten, worden de leer- en ontwikkelingspunten jaarlijks gevolgd, getoetst en verwerkt in het leerlingvolgsysteem. Er wordt gewerkt met een groepsplan en een individueel handelingsplan, afgestemd op de mogelijkheden van het kind.
De volglijsten van het leerlingvolgsysteem, het onderwijskundig rapport bij aanmelding en de groepsbesprekingen die geregeld plaatsvinden tussen de orthopedagoge, interne begeleiding en de groepsleerkracht, waarbij het onderwijsleerproces in de groep centraal staat.
Acute problematiek wordt besproken op maandagochtend in het stafoverleg.
Na ondertekening door ouders is dit de basis voor het werk in de groep het komende schooljaar.
In de maand december is er een evaluatierapportage die begin januari met ouders besproken wordt en aan het eind van het jaar is de eindevaluatie
in de vorm van een rapport dat ook met ouders besproken wordt.
|
||
| Zorgbreedte: Wat heeft de school zoal te bieden aan extra zorg: | ||
|
|
Jaarlijks zijn er kindbesprekingen n.a.v. de ingevulde volglijsten van het leerlingvolgsysteem, het groepsplan en de
individuele handelingsplanning met de orthopedagoge
en de interne begeleider van de school.
|
|
|
|
Wekelijks is er stafbespreking. Toelatingen, handelingsgerichte diagnostiek, verwijzingen, acute problematiek wordt met stafleden van school en leerkracht besproken.
|
|
|
|
De interne begeleiding houdt zich bezig met het leerlingvolgsysteem, leerlijnen en begeleiding van de leerkrachten op onderwijsgebied. De resultaten van de kinderen worden jaarlijks geëvalueerd om te kijken welke vorderingen er gemaakt zijn en waar de aandachtspunten voor de komende periode liggen.
|
|
|
|
De remedial teacher (RT) geeft speciale begeleiding aan individuele of groepjes leerlingen. Dit vindt zowel binnen de groep als in de RT-ruimte plaats en is gericht op ontwikkeling en/of werkhouding. Índien uw kind in aanmerking komt voor RT krijgt u hiervan bericht.
|
|
|
|
Er is een leerkracht muziek voor 1 dag per week, alle groepen krijgen muziekles.
|
|
|
|
Een dansdocente verzorgt voor alle groepen een dansproject.
|
|
|
|
De logopedistes werken, als lid van het begeleidingsteam, vooral individueel met kinderen. Nieuwe leerlingen worden, na een gewenningsperiode, door de logopediste onderzocht. In dit onderzoek wordt gekeken naar: de communicatieve vaardigheden van uw kind, het niveau van de spraaktaalontwikkeling, als ook naar de voorwaarden voor deze ontwikkeling, zoals: de mondmotoriek, luistergedrag, het maken van oogcontact, beurtneming etc.
Zonodig wordt uw kind doorgestuurd naar het Audiologisch Centrum. Door het geven van
groepslessen bereikt de logopediste periodeiek alle kinderen uit een
bepaalde bouw. Tevens geven de logopedistes adviezen an de leerkrachten op
het gebied van mondmotoriek met elke week een nieuwe oefening voor in de
groep.
|
|
|
|
Na verwijzing door huis- of schoolarts is er de mogelijkheid tot fysiotherapie onder schooltijd in het schoolgebouw. Op dit moment is er 2 ½ dag per week een fysiotherapeut werkzaam in de gymzaal en het dramalokaal. Fysiotherapie wordt gegeven als kinderen een forse achterstand in de motorische ontwikkeling hebben of een afwijkend bewegingspatroon laten zien. De therapie wordt individueel of in kleine groepjes gegeven. Op de ouderavonden zijn de fysiotherapeuten aanwezig voor uitleg en vragen. De therapie is ingebed in de onderwijsleersituatie en afgestemd op het ontwikkelingsniveau van het kind. Fysiotherapie is op zich geen basisvoorziening voor ons onderwijs. De praktijk is dat de behandelingen op school plaatsvinden, maar bekostigd moeten worden uit AWBZ-gelden, door ouders aan te vragen.
|
|
|
|
Op 1 augustus 2003 is de wet op Leerling Gebonden Financiering in werking getreden (de Rugzak). Als een kind een cluster 3-indicatie heeft, staan de ouders voor een belangrijke keus. Ouders van een kind met een handicap, beperking of langdurige ziekte hebben dan de keus uit speciaal onderwijs, of regulier onderwijs met ambulante begeleiding van het speciaal onderwijs. Hierdoor is het steeds vaker mogelijk om het kind met een lichamelijk, verstandelijk of meervoudige handicap of een langdurig ziekte en/of chronische aandoening op een school in de buurt waar het opgroeit te plaatsen. De ambulante begeleiding van REC Noord-Holland cluster 3 wil actief meewerken aan deze integratiegedachte. Als ouders hun kind in het regulier basisonderwijs willen plaatsen, kunnen zij zich aanmelden voor ambulante begeleiding via een van de speciaal onderwijs scholen.
Wat is Rugzak Ambulante Begeleiding? Dat is meedenken en meewerken met de (basis)scholen zodat de schoolperiode voor het betreffende kind zo goed mogelijk verloopt. De ambulant begeleider begeleidt de leerkracht, de leerling en het schoolteam. Hij/zij doet dit, afhankelijk van de vraag, bijvoorbeeld door: • het geven van informatie over de aard van de beperking en/of ziekte en de consequenties daarvan voor het onderwijs; • het geven van voorlichting over en het adviseren bij de keuze van remediërende programma's, leer- en hulpmiddelen; • het adviseren bij het maken van het handelingsplan op basis van de handelingsgerichte diagnostiek; • het uitvoeren van observaties en de bespreking daarvan; • het adviseren en begeleiden van aanvragen voor aanpassingen (meubilair, computers e.d); • het helpen bij het ontwikkelen van speciale programma's; • het coördineren van de specifieke zorg rondom de leerling; • het meedenken en adviseren over de toekomstmogelijkheden van de leerling.
Wanneer start Ambulante Begeleiding? Ouders kunnen zich, na hun keuze voor regulier onderwijs, via een van de scholen of de telefonische meldpunten, aanmelden voor het verkrijgen van ambulante begeleiding.
Begeleidingsplan. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de ambulante begeleiding wordt vastgelegd in het begeleidingsplan. Dit gebeurt in nauw overleg met de (basis)school, ouders en in sommige situaties het kind zelf (voortgezet onderwijs). In dit begeleidingsplan wordt aandacht besteed aan specifieke onderwijsvragen en worden oplossingsmogelijkheden aangegeven. De ambulant begeleider, de school en de ouders overleggen regelmatig met elkaar over het functioneren van de leerling en de voortgang van het begeleidingsplan. De school maakt een handelingsplan waarin het handelen rondom de leerling op school wordt vastgelegd.
Welke vormen van Ambulante Begeleiding kennen we nog meer: • PAB (Preventieve Ambulante Begeleiding). Dit is een kortdurende begeleiding (2 tot 5 keer) die zich veelal expliciet richt op een specifiek probleem. Om te weten of uw kind hiervoor in aanmerking komt, kunt u contact opnemen met de coördinator van de dienst Ambulante Begeleiding. • TAB (Terugplaatsingbegeleiding). Deze begeleiding wordt automatisch geboden wanneer de leerling van de school voor speciaal onderwijs teruggaat naar het reguliere onderwijs, omdat er niet langer sprake is van een indicatie. • REC dienstverlening. Dit zijn producten die bestaan uit cursussen, workshops en leer- en hulpmiddelen. Ze zijn bedoeld als een handreiking aan de (basis)scholen. • Ambulante begeleiding binnen Regionale Opleidingen Centra (ROC's). Ook studenten met een lichamelijke beperking of een langdurige/chronische ziekte kunnen binnen de ROC's ambulant begeleid worden. Dit is echter wel op basis van bekostiging uit zorgmiddelen die het ROC ter beschikking staan.
Op onze school werken 3 ambulant begeleiders: Josien Polter, Maaike van Bakkum en Sonja Brilman. Samen begeleiden zij ongeveer 40 leerlingen.
Informatie: Van Koetsveld, Arnold Dermout Cramer (directeur), tel: 020 6683821 Dienst Ambulante begeleiding cluster 3, coördinatrice Mariëtte ten Oever tel: 020 3987753
|
|
|
|
De I.C.T.-leerkracht houdt zich bezig met de inhoud van het computeronderwijs op school, verzorgt software, regelt computerscholing personeel en onderhoudt het netwerk samen met iemand die het technische gedeelte voor zijn rekening neemt.
|
|
|
|
Binnen het REC is er een steunpunt autisme. Zij kunnen informatie aan ouders en leerkrachten verstrekken, verzorgen collegiale consultatie en dragen zorg voor vergroten expertise op schoolniveau.
|
|
| Verwijzing naar basisonderwijs of naar een andere vorm van (speciaal) onderwijs: | ||
|
Als na herindicatie blijkt dat uw kind niet langer aangewezen is op ZMLK-onderwijs, zullen we uw kind doorverwijzen naar de op dat moment meest geschikte school, bijvoorbeeld een school voor (speciaal) basisonderwijs of een andere school voor speciaal onderwijs. Voor de desbetreffende schoolsoort maken we een onderwijskundig rapport met daarin verwerkt de gegevens van het meest recente herhalingsonderzoek op onze school. Uiteraard wordt dit eerst met de ouders doorgesproken, zodat zij hun kind op die andere school kunnen aanmelden. Het komt ook voor dat wij u het advies zullen geven, uw kind aan te melden bij een Kinder Dag Centrum. Dat gebeurt als uw kind niet (meer) past binnen de schoolse omgeving, of niet in staat is ons onderwijsleerproces te volgen.
|
||
| Begeleiding naar het voortgezet onderwijs: | ||
|
In het jaar dat uw kind twaalf jaar wordt, zal het in het eindonderzoek van de school opgenomen worden en in principe van school gaan. Een enkele keer zal op grond van het onderzoek een uitzondering worden gemaakt en krijgt het kind een jaar schoolverlenging. Bijna alle kinderen zullen daarna een plaats in het voortgezet speciaal onderwijs voor zeer moeilijk lerende kinderen vinden. Een enkele keer wordt een kind verwezen naar de Praktijkschool voor moeilijk lerende kinderen. De eindonderzoeken vinden plaats in de maand januari. In november/december krijgen de ouders een pre-advies van de school en in februari krijgen zij van de leerkracht het definitieve advies. Ouders kunnen zich dan oriënteren op de diverse scholen voor v.s.o. ZMLK of wellicht op een andere vorm van voortgezet onderwijs. Elk kind wordt geregistreerd ELKK, een Elektronisch Loket Kernprocedure en Keuzegids. In ELKK vindt persoonsregistratie plaats in de zin van de wet Bescherming Persoonsgegevens. De vertegenwoordigers van het primair onderwijs, het voortgezette onderwijs en DMO (Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling) stellen jaarlijks de kernprocedure vast. Na aanmelding door de ouders op de nieuwe school zal indicatie voor de betreffende school moeten worden aangevraagd door ouders. Enkele gegevens van o.a. Cito-toetsen zijn voor onze school van toepassing. De Cito-toets aan het eind van de basisschool is voor ons niet van toepassing. De nieuwe school krijgt alle gegevens van uw kind via ELKK aangeboden.
|
||
| Regels met betrekking tot het leerling-dossier: | ||
|
Op school wordt een dossier bijgehouden van uw kind. Daarin zijn terug te vinden:
|
||
|
|
het gemeenschappelijk rapport (psychologisch rapport, anamnestische gegevens van de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige, het pedagogisch-didactisch verslag en een samenvatting van de onderzoeksgegevens van de schoolarts) dat gemaakt is bij de aanmelding;
|
|
|
|
het handelingsplan;
|
|
|
|
verslagen van huisbezoeken;
|
|
|
|
algemene gegevens.
|
|
|
De gegevens in dit dossier zijn voor de ouders ter inzage na afspraak. Ze worden vijf jaar na het verlaten van de school vernietigd.
In de groepen gebruiken de leerkrachten een map waarin de leerontwikkeling wordt bijgehouden en waarin ook groepsplan en individuele handelingsplannen staan. Verder bevat deze map praktische informatie (bijv. medicijngebruik, adressen en telefoonnummers van ouders, etensvoorschriften i.v.m. geloof, medisch relevante in de dagelijkse praktijk). Elk jaar worden de kinderen getoetst op alle leer- en ontwikkelingsgebieden, waarna deze gegevens worden verwerkt in het leerlingvolgsysteem.
|
||
| Prioriteiten en werkpunten in de komende jaren: | ||
|
e k De orthopedagoge en de intern begeleider hebben specifiek de taak aandacht te besteden aan: en: |
||
|
|
Het onderwijsleerproces, de doorgaande leer/ontwikkelingslijn in de school en de signalering en begeleiding van leerproblemen. | |
|
|
Zij bespreken de ontwikkelingen van de groep en het kind met de leerkracht, de onderwijsassistente is hierbij in principe aanwezig. Het onderwijsleerproces, de pedagogische aanpak, medische en maatschappelijke knelpunten kunnen hierbij besproken worden.
|
|
|
We hebben een geautomatiseerd leerlingvolgsysteem. Het netwerk is klaar en elke groep heeft 2 computers tot zijn beschikking. De leerkrachten en assistenten worden elk jaar verder geschoold in computergebruik. Lopende dit schooljaar zal de aanzet gegeven worden voor de invoering van een nieuw leerlingvolgsysteem, waarin zowel handelingsplanning als groepsplanning in beschreven zullen worden.
● Sexuele vorming: Binnen de school bestaat er een werkgroep sexuele vorming. Het team heeft over dit onderwerp een studiedag gehad en er is voor de ouders een informatieochtend geweest.
|
||
| Beleidsvoornemens in relatie tot zorgsysteem: | ||
|
2008: ● Visie ten aanzien van leerlingen met een MG-status of IBL-verwijzing en de opvang daarvan binnen onze school; ● Is het mogelijk om voor onze doelgroep een zorglijn te ontwikkelen? Met andere woorden, wanneer kun je van extra zorg spreken. Nagaan mogelijkheden in het volgmodel; ● Extra ondersteuning IBL-groepen onderzoeken door Amsta;
2008 - 2009: ● Aanpassing handelingsplan; ● Sociale vaardigheidstraining voor leerlingen die extra zorg behoeven; ● Start twee MG-groepen; ● Visie rondom seksuele vorming;
2008 - 2010: ● Invoering nieuw leerlingvolgsysteem en de daarbij horende leerlijnen;
2009 - 2010: ● Gegevens van de commissie begeleiding koppelen aan het leerlingvolgsysteem.
|
||
| De ouders: | ||
|
De informatie naar de ouders is verbeterd door het geregeld uitbrengen van de Postkoets, onze schoolkrant, waarin u alle informatie over de school vindt, de ontwikkeling van het ZMLK-onderwijs, praktische informatie over de school en de groepen en uiteraard wordt dit alles versierd met tekeningen en leuke rubriekjes.
Elk schooljaar is er een cursus ondersteunende gebaren voor ouders.
Aan het begin van het schooljaar krijgen ouders tegelijk met de schoolgids, de jaarplanning met alle bijzondere activiteiten van het komende jaar: feesten, sportdag, schoolreisjes, koffieochtenden, ouderavonden, vakanties, studiedagen van de teamleden en roostervrije dagen voor de jonge kinderen.
Onderwijsinhoudelijk: Aan de hand van de geformuleerde doelen en de evaluatie daarvan van de afgelopen twee jaar zullen we dit jaar verder werken aan het veranderen van het rekenonderwijs en een rekenlijn, de STIP-methode zal worden ingevoerd. Dit is een methode voor sociale competenties en we zullen een aanzet geven voor het veranderen/verbeteren van het klassenmanagement.
|
||
| Het leerlingvolgsysteem: | ||
|
Het doel van het leerlingvolgsysteem is het systematisch inzicht krijgen in datgene wat het kind kan, geleerd heeft en wat bevorderd moet worden voor zijn/haar ontwikkeling. Komend schooljaar stappen we over op het "Ontwikkelvolgmodel" van het Seminarium van orthopedagogiek. In dit systeem staan de leerlijnen vermeld en dit maakt het mogelijk om nog beter de handelingsplanning te formuleren.
De onderstaande punten zijn onderdeel van het leerlingvolgsysteem en zullen gefaseerd worden ingevoerd. Ze worden jaarlijks daar waar mogelijk getoetst en in kaart gebracht. Overige gegevens komen uit observaties. De uitkomsten zijn uitgangspunt voor de handelingsplannen in de periode erna.
|
||
|
• zelfredzaamheid • gezond gedrag • wereldverkenning • sociaal-emotionele ontwikkeling • ruimtelijke oriëntatie • visuele waarneming • auditieve discriminatie • auditief geheugen • taalontwikkeling
|
• tasten, proeven en ruiken • (voorbereidend) lezen • voorbereidend rekenen • oriëntatie in de tijd • fijne motoriek • expressie • kleuren • grove motoriek • zwemmen |
|